Fotografie door Bas Breetveld
Auto focus, toleranties, micro-adjustment en de testkaartAlles wat met techniek te maken heeft kent toleranties, marges. In de machinebouw is dit geen onbekende term. Een as van bijvoorbeeld 50mm dik is nooit precies 50mm, maar wordt bijvoorbeeld aangeduid als 50mm plus of min 0,05mm. Ergens daar tussenin moet de maat dan liggen, afhankelijk van de gevraagde nauwkeurigheid en toepassing. 50,05mm betekent dus goedkeur, maar 49,95mm ook. De nominale maat (richtmaat) is en blijft 50mm. Met de auto focus van de camera / lens werkt het op precies dezelfde manier. Ook hier is sprake van een zekere tolerantie, uitgedrukt in procenten van de DOF (depth of field of scherptediepte) Dit is de afstand waarover de foto scherp is. Kijk er de specs van je camera op na. Om zo nauwkeurig mogelijk bezig te zijn wil je het liefst de auto focus precies op de nominale afstand scherp hebben, precies daar waar je scherpstelt. Af fabriek horen de lenzen en camera's binnen de gestelde toleranties te vallen. Bij de duurdere spullen zullen deze toleranties kleiner zijn dan bij de goedkopere. Hoe kleiner de toleranties, hoe duurder de productie. De fabrikanten stellen je sinds enkele jaren in staat om zelf de toleranties wat te verkleinen middels de 'micro-adjustment' van de auto focus. Voorheen werden de lenzen gekalibreerd op de camera bij afwijkingen. Dat kan nog steeds bij de service-centra. Iedere lens die je in bezit hebt kun je nu zelf kalibreren op je camera. Zelfs combinaties met teleconverters worden in het geheugen van de camera opgeslagen. Of de fabrikanten er misbruik van maken door hun toleranties te verruimen en dus goedkoper te kunnen produceren is een discussie. Feit is dat je zelf de nauwkeurigheid van de auto focus kunt vergroten en in ieder geval kunt controleren of e.e.a. binnen de toleranties valt. Zo kom je in het veld nooit voor verrassingen te staan en dat is erg prettig. Een testkaart is het meest logische middel om de auto focus op een goede werking te controleren en eventueel af te stellen. Via het internet zijn er vele varianten te downloaden. De meeste exemplaren hebben mij nooit echt kunnen bekoren. Het doel bestaat meestal uit een dwarsstreep, daarnaast nummers en streepjes waaraan je kunt zien hoeveel je ernaast zit. Je legt de kaart in een bepaalde hoek neer, stelt scherp op de nullijn, maakt een foto en kijkt daarna of de AF afwijkt. De nullijn (het doel) ligt dus ook schuin t.o.v. de camera. Daar zit hem de kneep. De auto focus van de camera presteert niet optimaal op een doel dat schuin ligt t.o.v. de AF-sensor. Bij een test wil je uiteraard dat de AF wel optimaal presteert. Bovendien zal de AF de nullijn aan de boven- of onderzijde pakken en verlies je al nauwkeurigheid door de breedte van de streep. Daarom ben ik zelf aan de slag gegaan en heb een testkaart getekend waarbij het doel bestaat uit een 'barcode' die je loodrecht op de camera kunt stellen. De repeteerbaarheid van het scherpstellen is hiermee enorm vergroot en dat geeft meer zekerheid bij het eventuele afstellen van de 'micro-adjustment'. |
![]() |
Het belang van de scherpte op de juiste plaatsBij gebruik van een groothoeklens is de DOF meestal enorm en maakt het allemaal niet zo heel veel uit. Wordt het onderwerp groot in beeld gebracht bij een open diafragma, dan wordt het al belangrijker. Bij gebruik van lange tele- en macrolenzen is de DOF bijna altijd uiterst dun, vooral als de foto van dichtbij wordt genomen. Zie de haas hieronder. |
![]() |
|
De scherpte op de juiste plaats. |
Close-up van het oog. |
Gebruik van de auto focus-testkaartDe afstand tussen camera en doel: meteen maar met het belangrijkste beginnen. DOF is het kleinst met het diafragma helemaal open op de kleinst mogelijke scherpstelafstand van de lens. Precies op die kleinste scherpstelafstand wil je niet zitten omdat daar onnauwkeurigheid op kan treden. Mij lijkt het daarom redelijk om op ongeveer 1,5 tot 2 maal de kleinste scherpstelafstand te gaan zitten. Wordt de afstand groter, dan wordt de DOF alleen maar groter en heb je meer marge. Een testje op een kleinere of grotere afstand kan natuurlijk nooit kwaad. Om zo nauwkeurig mogelijk te meten zet je het diafragma helemaal open, op het kleinst mogelijke diafragma-getal. Er kunnen verschillen te zien zijn op verschillende afstanden. Soms moet er zodoende een keuze gemaakt worden op welke afstand er gekalibreerd moet worden. De hoek waaronder je de kaart legt t.o.v. de camera mag best groot zijn. Dan heb je de grootst mogelijke spreiding tussen de merktekens. Zie onderstaand schematisch tekeningetje. Bij vrijwel alle lenzen is de DOF aan de voorkant van het doel (maat 'X') even groot als achter het doel. Afwijkingen hierin zijn dermate klein dat ze te verwaarlozen zijn. Hier kun je dus zeer nauwkeurig de micro-adjustment op afstellen, indien nodig. Belangrijk is dat het doel, de 'barcode' zo haaks mogelijk op de camera staat. Voor deze 'barcode is gekozen omdat de camera scherpstelt op contrast. De streepjes geven een optimaal contrast voor de AF-sensor. AF-sensoren zijn altijd langwerpig van vorm. Let erop dat deze haaks op de strepen staat. Bij een kruissensor maakt het allemaal niks uit. Is deze niet beschikbaar (zie de specs van de camera) dan is de AF-sensor over het algemeen een vertikaal streepje wanneer de camera in de horizontale stand worden gebruikt. En nu testen maar! Voor de eerste testjes kan het volstaan om een testfoto te maken en deze op het schermpje van de camera te bekijken, mits het om een moderne camera gaat met voldoende beeldpunten op het schermpje. Bij gebruik van deze testkaart zijn eventuele afwijkingen goed zichtbaar. Je zult zien dat bij de meeste lenzen / camera's de AF nooit 100% exact terugkomt op dezelfde plaats. Dat is de marge van de camera / lens combinatie. De uiteindelijke testfoto' s bekijk je op een groot scherm. Doe deze test ook eens met ai-servo (tracking) om te zien of er dan ook nauwkeurig wordt scherpgesteld op stilstaande onderwerpen. |
|
![]() |
Meten is wetenOf je nu wel of niet voornemens was de micro-adjustment te doen, door een dergelijk testje weet je exact wat je spullen in het veld doen en kun je daar weer rekening mee houden. Goede foto's maak je door de tekortkomingen van je apparatuur te kennen! |
Afstellen van de Micro AdjustmentVoor het eventueel afstellen van de micro-adjustment: zie de handleiding van de camera! In de Canon-handleiding staat duidelijk dat je er in principe niets aan moet doen omdat de AF binnen de toleranties zou moeten vallen. Waarom zit er deze afstel-mogelijkheid er dan op? Micro betekent ook daadwerkelijk 'micro' als het om deze afstelling gaat. 1 of 2 stappen zie je nauwelijks terug in de afstelling. Vanaf 4 of 5 stappen wordt het pas interessant bij gebruik van een lange tele- of macrolens. De afwijking moet significant aanwezig zijn, moet je er wat aan willen doen. Micro-adjustment kan vooral lonend zijn bij gebruik van vaste objectieven, de primes. Bij zoomlenzen blijft het een lastige zaak omdat de metingen niet bepaald consistent zijn bij verschillende brandpuntsafstanden. Doe er vooral niks aan bij twijfel! |
|
![]() |
|
De testkaart klaar voor gebruik.
|
|
![]() |
|
Testfoto; klein beetje frontfocus voor de 500mm
|
|
![]() |
|
Testfoto; focus ligt precies goed, met de micro-adjustment op +9
|
Downloaden van de auto focus-testkaart (test chart)Download de kaart (PDF van slechts 324 KB) door op de afbeelding hiernaast of hier te klikken. Print hem op dik (160 grams) niet glimmend papier. Snij netjes de 'barcode' uit langs de stippellijn en vouw deze langs een lineaaltje omhoog op de nullijn. Nogmaals: het doel, de 'barcode' moet zo precies mogelijk haaks op de camera staan. Eventueel plak je de testkaart op zachtboard o.i.d. en fixeer je het doel met een paar spelden. Vragen via de mail hebben geen zin, daar ik het niet duidelijker kan maken dan in dit artikel. |
Terug naar artikelen: techniek