Een juiste belichting is de basis van een goede foto. Dit artikel staat niet voor niets bovenin de index van de technische artikelen. De belichting zoals die hier omschreven wordt, is tevens de basis van de workflow zoals die op deze site onder de artikelen te vinden is in twee stappen.
Ondanks de geavanceerde lichtmeettechnieken van de moderne camera's valt er nog heel wat te leren en te schrijven over het onderwerp belichten. In het ideale geval zou je neutraal willen belichten met een meting op het onderwerp, zodat deze 'goed' is belicht. Dit verhaal staat in de gebruiksaanwijzing van de camera en wordt hier dus niet herhaald. Hier gaat het om de uitzonderingen waar je rekening mee moet houden wegens de tekortkomingen in de techniek van de camera's. Helaas zitten 90% van alle foto's in een uitzonderingssituatie wat belichten betreft.
Voorkomen van ruis, de hoge lichten niet uit laten bijten en het onderwerp uit de achtergrond laten ‘knallen’ zijn zo’n beetje de dingen waar het om gaat, om foto’s van topkwaliteit te kunnen maken.
Door ervaring wordt het vanzelf telkens een stukje beter, vooral als je jezelf vastbijt in een bepaald onderwerp.
Algemeen
Wat je graag wilt bereiken met een digitale foto is de maximale hoeveelheid beeldinformatie pakken, dat bij een minimum aan ruis. De lichte partijen in een foto bevatten veel meer beeldinformatie dan de donkere. Daarom is het erg gunstig om alles in de foto naar de lichte partijen te trekken. In de donkere partijen ontstaat vaak die lelijke ruis. Dit voorkomen bereik je door zo hoog mogelijk te belichten, liefst net tegen overbelichten aan. Op 'Luminous-landscape.com' vindt je alle informatie over deze specialiteit (KLIK) Er is zelfs een naam voor bedacht: Expose (to the) right.
Samenvattend komt het erop neer de pieken van het histogram zo veel mogelijk naar rechts te leggen waarmee je de foto zo hoog mogelijk belicht. Links zitten immers de donkere partijen, waar je veel ruis terug gaat zien in de foto’s. Zie 'uitlezen van het histogram' verderop in dit artikel. Wat je doet is de marges nog kleiner maken dan ze al waren. Dat kan het beruchte 'uitgebeten wit' tot gevolg hebben. Hier zit geen enkele beeldinformatie meer in. Alles (R, G en B) heeft dan een waarde van 255. In dit geval heb je een puur witte partij in de foto zitten, waar je niks meer mee kunt aanvangen. Toch heb ik liever af en toe een overbelichte foto dan een enorme bibliotheek met onderbelichte foto's. Overbelichting is helaas niet altijd te voorkomen. Wil je bijvoorbeeld een ijsvogel optimaal belichten zonder ruisvorming in het blauw en oranje, dan zal zijn witte ‘striping’ op sommige plaatsen overbelicht zijn. Ik zie dat als een beperking van de digitale fotografie. Hier moet een keuze worden gemaakt tussen ruisvorming in het blauw/oranje of een (klein) overbelicht plekje in het wit. Ik kies zelf voor het laatste.
Middels de methode van ‘hoog’ belichten worden de foto’s soms wat licht van tint. Ik vind dat helemaal oké, omdat het donkerder maken van een foto geen enkel probleem is met Photoshop of een ander programma. Ik vind het ook prettig dat er nog ruimschoots met het contrast kan worden gespeeld middels de curves bijvoorbeeld. Een foto lichter van kleur maken in Photoshop is wel is wel een probleem. De wazige vlekken die ontstaan en de ruisvorming krijg je niet meer weg zonder detail of kleur te verliezen, als dat er al inzat vanwege de ruisvorming. Waren we maar eens voorgoed van die ruis af, dan was het een stuk eenvoudiger.
Kleurtoon compenseren in de meting
Afhankelijk van de kleur waarop je het licht meet, wordt de meting beinvloed. De lichtmeter van de camera gaat uit van 18% grijs, een zeer neutrale kleurtint. Omdat de onderwerpen van de foto's vrijwel nooit binnen deze neutrale tint vallen, moet er gecompenseerd worden op de meting van de camera. Bij een witte vogel (die prominent in beeld is binnen de lichtmeting) zal de lichtmeter veronderstellen dat er meer licht voorhanden is dan in werkelijkheid het geval is. Dit verschil moet positief, in de plus, gecompenseerd worden en liefst nog wat erbij voor het 'expose to the right' principe. Voor donkere onderwerpen geldt het omgekeerde, met het verschil dat je hier nauwelijks te veel op kunt overbelichten. Met de kleur rood kan dat wel het geval zijn, opletten dus als er roodtinten te zien zijn in de zoeker.
Methodes van licht meten
Een externe lichtmeter lijkt het meest ideaal om een lichtmeting van opvallend licht te doen. Deze dingen zijn veel nauwkeuriger dan de lichtmeter die in de camera is ingebouwd en die teruggekaatst licht meet. Deze methode wordt wat lastig als je zelf in de schaduw zit aan de waterkant en je onderwerp, op het water, in de volle zon zit. Je moet ook bedenken dat de ISO-waarden van de camera GEEN gekalibreerde waardes meer zijn, zoals de filmrolletjes dat wel hadden. Zie ook de mode van de zeer hoge ISO-waarden. Het lijkt erg aantrekkelijk voor de fabrikanten om de lichtgevoeligheid van de sensor wat te overdrijven in de specs, wat nog wel eens wordt aangetoond.
Spotmeting
Bij een spotmeting wordt er over een zeer klein oppervlak van de zoeker licht gemeten. Sommige camera’s hebben deze lichtmeting niet aan boord, andere camera’s kunnen slechts op het middelste AF-punt een spotmeting uitvoeren en de pro-modellen kunnen een spotmeting uitvoeren op ieder actieve AF-punt.
Spotmeting vind ik ideaal wanneer de achtergrond niet overbelicht kan raken, bij optimaal belichten van het onderwerp. Beter dan met een spotmeting op het onderwerp en de juiste compensatie op de kleurtoon kun je het niet doen. Zitten er hoge lichten in de achtergrond die niet uitgebeten mogen raken, dan liever de spotmeting op de hoge lichten in de achtergrond of de meervlaksmeting gebruiken om dit weer wat te compenseren. Je zou op het lichtste punt in de foto kunnen meten en daar dan twee stops overheen gaan. Dan zit je precies aan het maximale bereik van de camera. Dit moet wel even getest worden van tevoren.
Ter overweging: alle foto’s met een goed belicht onderwerp zijn meestal mogelijk middels de spotmeting. Een uitzondering zijn de ‘tegenlichtjes’.
Bij een dergelijk 'tegenlichtje' kun je alleen maar maximaal belichten op de achtergrond. Het contrast is dermate groot, dat het onderwerp slechts een silhouet kan worden. Leuke foto's zijn het wel!
Meervlaksmeting
Een meervlaksmeting wordt uitgevoerd over het gehele oppervlak van de zoeker, met de nadruk op een cirkel rond het middelpunt van de zoeker of het actieve AF-punt. De fabrikanten hebben er mooie namen voor bedacht als: ‘3D matrixmeting’ of ‘evaluatieve lichtmeting’.
Deze meting kan erg vaak toegepast worden. Hij middelt de belichting wat uit omdat alle kleurtinten in de zoeker meedoen in de meting. Op deze meting volstaan meestal kleine compensaties. Op een fel witte wolkenlucht en een vogel in vlucht kun je dan letterlijk weer niet genoeg compenseren voor wat doortekening in de vogel. Dit zal tevens een hopeloze poging zijn. Een dergelijk contrast kan geen enkele camera aan.
Vaak zit je lekker veilig met de meervlaksmeting, maar hij is niet het meest nauwkeurig, zoals de spotmeting. Het fijne van deze meting is dat hij snel toegepast kan worden zonder al te veel te moeten meten en compenseren.
Handmatig belichten
Meestal heb je de tijd om de belichting goed in te stellen, voordat de onderwerpen in beeld komen. De intensiteit van het licht is meestal een vast gegeven, mits het niet verandert doordat de zon hoger komt te staan of doordat de zon schuilgaat achter een wolk. Wordt de belichting handmatig ingesteld, dan heb je alles in de hand. ISO-waarde, diafragma en sluitertijd blijven op een vaste waarde staan. Beetje compensatie hier en daar en rekening houden met het dynamisch bereik van de camera in geval van hoge lichten ... Deze manier van belichten verdient altijd de voorkeur. Je hoeft niet telkens opnieuw te compenseren als de kleur of lichtval in de achtergrond verandert. In sommige gevallen is dit zelfs ondoenlijk.
Aperture value, of diafragma voorkeuze
Het diafragma wordt op een vaste waarde ingesteld en de camera zoekt er een juiste sluitertijd bij. ISO-getal staat tevens op een vaste waarde ingesteld.
Een prima methode in panieksituaties of wanneer de lichtintensiteit telkens verandert door overdrijvende wolken e.d. De belichtingscompensatie kan naar wens worden ingesteld zoals in bovengenoemde situaties en lichtmetingen. Omdat vele lenzen bij een zekere minimum diafragma-waarde optimaal presteren, is het vaak handig om deze minimum F-waarde te gebruiken middels de diafragmavoorkeuze. Stel je de minimum waarde in voor het diafragma en de maximale ISO-waarde, waarbij ruis nog acceptabel is, dan heb je scherpe foto's met maximum detail. Alleen goed opletten of deze sluitertijd te gebruiken is met het oog op actiefoto's. O ja, wel weer blijven compenseren op de kleurtoon...
Shutter speed value, of sluitertijd voorkeuze
Bij deze methode kies je voor een vaste sluitertijd, de camera kiest er een diafragmawaarde bij, ISO-waarde staat op een vaste waarde die je zelf hebt ingesteld. Het werkt hetzelfde als diafragma voorkeuze, alleen andersom. De kans bestaat dat de diafragmawaarde te klein wordt gekozen, waarbij de lens niet optimaal presteert.
Nog meer compenseren?!
De lichtmeter van de camera heeft vaak een afwijking van 1/3 tot 2/3 stop negatief. Er zit een marge, een onnauwkeurigheid, in de lichtmeter van de camera. Hoe duurder de camera, des te kleiner de afwijking. Bij de ‘goedkopere’ modellen is de afwijking meestal wat groter aan de negatieve kant. Een foto raakt als zodanig eerder overbelicht dan onderbelicht.
Voorbeeld:
Bij de zeearendentrips van Martijn de Jonge heb je ruimschoots de tijd om het licht te meten op de verdorde rietkragen als je in de boot zit. Deze hebben ongeveer dezelfde tint als de arenden. De belichting wordt handmatig ingesteld en blijft dus een vast gegeven. Bij iedere verandering van het licht moet de belichting worden aangepast. Derhalve maakt het niks uit tegen welke achtergrond je fotografeert. De arend, met de zon erop, zal altijd optimaal belicht zijn. Daarop heb je de belichting van te voren ingesteld.
Uitlezen van het histogram
Het histogram geeft op de horizontale as de kleurtoon van de pixels aan. Uiterst links is zwart en hoe meer naar rechts, hoe lichter het wordt, tot zuiver wit. Op de verticale as de hoeveelheid pixels in de desbetreffende kleurtoon.
Het is en blijft erg handig om regelmatig het histogram even uit te lezen na het maken van een (proef)foto. Daarbij zijn behoorlijke verschillen te zien tussen het histogram van de camera en die op de PC of Mac, tenminste, bij mij is dat het geval. Adobe Camera RAW laat b.v. eerder overbelichte spots zien dan mijn camera, een afwijking om rekening mee te houden. Ik ga ervan uit dat Adobe gelijk heeft en probeer ervoor te zorgen dat het histogram van mijn camera duidelijk binnen de marge blijft. Is dat het geval, dan zit je altijd goed. Een stopje overbelichting wegwerken is meestal geen probleem, als je maar in RAW fotografeert.
Resumerend
De moeilijkheid zit hem in de juiste balans vinden tussen (kans op) bewegingsonscherpte, de gewenste scherptediepte en het maximaal/optimaal belichten. Een grote scherptediepte, geringe ruis, en ETTR gaan ten koste van de sluitertijd. Voor actiefotografie zal vaak een compromis gesloten moeten worden. Dat zijn vaardigheden die door ervaring opgebouwd moeten worden. Ook zijn deze beslissingen afhankelijk van de materialen; de ene lens (met converter) tekent scherper bij diafragma 5.6 dan de andere. Er valt genoeg te beslissen voordat men eindelijk weer eens vol vertrouwen op de ontspanknop kan drukken.
Voorbeelden met histogrammen
In dit geval is het contrast tussen de bewolkte lucht en het valkje te groot geweest. Omdat het valkje niet al te donker van kleur is, is gekozen voor het spotmeting met wat compensaties in de plus. De lucht is net niet uitgebeten, maar toch ziet het er niet uit. Niet afdrukken was de beste oplossing geweest om mezelf het weggooien van de foto te besparen. Zie de piek van de lichte lucht in het histogram. Hij zit ternauwernood tegen de rechterkant, nog net niet te veel overbelicht. Eventueel zou het nog gered kunnen worden in Photoshop met shadows/highlights
De zon komt even tussen de wolken door en het contrast tussen de vogel en de lucht is ineens ideaal. Zie de verschoven piek van de lucht in het histogram. Deze had gemakkelijk nog iets hoger belicht kunnen worden met een compensatie van +1 i.p.v. +2/3.
Deze is tamelijk gemakkelijk. Spotmeting op het koppie en wat compenseren in de plus. Ook weer niet te veel (1 tot 2/3) anders raakt die lichte plek linksboven in de achtergrond overbelicht. Zie het ontstaan van de kleine spike rechts in het histogram.
Een lastige, de ijsvogel wilde ik optimaal belicht hebben middels de spotmeting op het AF-punt. Doch, het visje zou enorm overbelicht raken, want het koppie van de ijsvogel zit in de schaduw. Flink onderbelichten dus met een hele stop. Hier heb je niet de tijd om een meting te doen op het lichtste punt. (het visje) Dat is telkens weer de afweging. Jammer voor de ruis in de achtergrond. Dat werken we in Photoshop wel bij. Zie in het histogram dat er zowel puur zwart als ook een beetje puur wit aanwezig is. Het contrast is voor mijn camera te hoog geweest om geheel te overbruggen.
Het kan altijd nog lastiger. De ijsvogel wil je optimaal belichten. Spotmeting op het koppie dus. Met het autofocuspunt op het oog wordt nu heel veel zwart meegenomen in de meting. Hier zou handmatig belicht moeten worden in het centrum van de vogel, zodat het zwart niet meedoet in de meting. Daar heb je mooi geen tijd voor en dus even snel met 1 2/3 stop in de min gecompenseerd. In het histogram zit net geen puur wit, maar wel heel veel puur zwart. Toch gewerkt volgens het 'expose (to the) right' principe.
Lastige keuze, een deelmeting met de nadruk in het centrum en negatief compenseren, of een spotmeting op het wit en positief compenseren? Het is maar net wat het snelste is. Veel tijd om erover na te denken had ik in dit geval niet.